Ruimte voor het kind

We lijken vergeten te zijn hoe een kind zich ontwikkelt. We stoppen alles in schema’s, leerdoelen en verwachtingen, terwijl een kind groeit door spel, verwondering, beweging en nabijheid.

We vragen kinderen vooruit te lopen op een wereld die zelf nauwelijks weet waar ze naartoe gaat. Ze moeten vroeg beginnen, presteren en begrijpen. Alsof kind-zijn iets is wat je snel achter je moet laten.

Al jong worden ze voorbereid op ‘later’. Talen leren, meekomen en meekunnen. Hun dagen raken gevuld met activiteiten en taken. En er blijft minder ruimte over voor verveling, doelloos spel of gewoon zijn

We zeggen dat het voor hun eigen bestwil is. Dat ze daardoor sterker, weerbaarder en beter voorbereid zijn op de toekomst. Maar voorbereid op wat eigenlijk?

Een kind leert de wereld niet kennen door alles uitgelegd te krijgen, maar door haar te beleven. Door te spelen zonder doel, te struikelen, te dromen en zich veilig te voelen bij volwassenen die niet voortdurend iets van het kind willen.

Veel kinderen zijn moe, gespannen en overprikkeld. Ze hebben volle agenda’s en verwachtingen die te groot zijn voor hun lijf en zenuwstelsel. We noemen het druk gedrag, concentratieproblemen of gebrek aan motivatie. Maar we zouden ook kunnen vragen wat hun gedrag ons vertelt over de wereld waarin wij hen laten opgroeien.

De vraag is niet of kinderen slim genoeg zijn om dit allemaal te kunnen. De vraag is of het wijs is om het van hen te vragen. Geloven we echt dat meer, sneller en eerder tot sterkere mensen leidt? Of hebben we onze eigen onrust en prestatiedrang doorgegeven aan de volgende generatie?

Kinderen hoeven niet zo snel mogelijk gevormd te worden tot functionerende deelnemers aan de maatschappij. Ze groeien daarin wanneer ze de tijd krijgen om kind te zijn. Wanneer ze mogen spelen zonder nut, leren zonder voortdurende druk en fouten maken zonder dat hun waarde eraan wordt gekoppeld.

Deze tijd vraagt geen kinderen die sneller zijn dan ooit, maar volwassenen die durven te vertragen.

Want uiteindelijk bepalen wij vanuit welke bodem een kind de wereld in groeit: vanuit rust of haast, vanuit vertrouwen of angst.

Wat zouden we binnen het onderwijs, de zorg en de opvoeding kunnen loslaten om kinderen weer meer ruimte te geven?

Hoeveel van het kind dat jij ooit was, heb je moeten achterlaten om te worden wie de wereld van je vroeg?

Bron: bindu.nl