Ongeveer 2 procent van de mensen wordt geboren met een aanleg voor hoogbegaafdheid.Deze kinderen hebben er hun leven lang voordeel van als dit vroeg gesignaleerd en passend begeleid wordt. Maar hoe herken je een ontwikkelingsvoorsprong of hoogbegaafdheid bij jonge kinderen? En belangrijker nog: hoe begeleid je deze kinderen?
Een ontwikkelingsvoorsprong bij jonge kinderen kan zich op veel manieren uiten. Een kind kan stil worden en zich afzonderen, veel alleen spelen, maar ook (negatieve) aandacht vragen of onderpresteren. Drs. Lilian van der Poel, zelf moeder van drie hoogbegaafde kinderen, wil meer kennis de wereld in helpen over jonge kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. Want hoe eerder deze kinderen de juiste begeleiding krijgen, hoe minder groot de kans is op problemen wanneer zij volwassen zijn.
ukIQ
Met deze missie richtte zij, samen met Claudia Benmesahel-Kruidbos, in 2018 de cursus ukIQ op. ‘Mijn grote droom is dat alle jonge kinderen toegang hebben tot een groep met ontwikkelingsgelijken; kinderen die ondanks verschillende leeftijden levelen op hetzelfde niveau. Met ukIQ trainen wij professionals in onder andere de kinderopvang en het basisonderwijs om een groep te starten voor hoogbegaafde kinderen en hen te begeleiden bij hun snelle ontwikkeling.’
Vroege herkenning
Zo’n 2 procent van de bevolking is hoogbegaafd; dat is 1 op de 50 mensen. Kennis over hoogbegaafdheid is dus relevant, zeker omdat deze groep meer dan eens over het hoofd wordt gezien, ziet ook Lilian. ‘UkIQ heeft als doel om een landelijk netwerk te creëren voor vroege herkenning van snel ontwikkelende baby’s, peuters en kleuters en passende begeleiding te bieden. Want juist bij jonge kinderen kan het moeilijk zijn om hoogbegaafdheid te signaleren. Vaak komt daar pas aandacht voor op de basisschool. In het meest gunstige geval vertoont een kind al op jonge leeftijd opvallend gedrag. Het kind is bijvoorbeeld druk of baldadig en de omgeving gaat op zoek naar de oorzaak van dit gedrag. Het wordt lastiger wanneer een kind ‘onderduikt’; wanneer het zich aanpast aan het ontwikkelingsniveau van de groep dat past bij de leeftijd. “Laat ik maar doen wat de rest doet.” Het kind zal onderpresteren en voelen dat het ‘niet normaal’ is, dat het anders is dan de rest. Dat kan de opbouw van een positief zelfbeeld flink verstoren.’
Verkeerde diagnoses
Het liefst blijven we ver weg van allerlei labels die we kunnen plakken op het gedrag van kinderen. Toch kan vroegsignalering van onschatbare waarde zijn, omdat een diagnose handvatten biedt om een kind de juiste begeleiding te geven. ‘Het probleem is dat er bijna geen onderzoek is naar hoogbegaafdheid bij jonge kinderen, zoals dat er wel is naar stoornissen als autisme of ADHD. Daar wordt soms een stukje hoogbegaafdheid in meegenomen, maar Australische onderzoekers concludeerden dat te veel hoogbegaafde kinderen geen passende begeleiding krijgen vanuit de kinderopvang. Ook zou volgens dat onderzoek maar 30 procent van de professionals in de kinderopvang kennis hebben over hoogbegaafdheid en 70 procent niet. Dat resulteert in verkeerde interpretaties van het gedrag van kinderen. Kinderen die bijvoorbeeld te weinig geestelijke uitdaging krijgen, worden heel baldadig. Al snel kan het stempel ADHD worden gedrukt op dat kind, terwijl er niet gekeken wordt naar de vraag: geven we het kind dat wat het nodig heeft? Kinderen die stil zijn en door gebrek aan leeftijdsgenootjes met hetzelfde ontwikkelingsniveau eenzaam de hele dag in een hoekje spelen, krijgen bijvoorbeeld de diagnose ASS; autisme spectrum stoornis. Terwijl het kan gaan om een zeer begaafd persoon, die geen aansluiting vindt bij leeftijdsgenoten.’
Kenmerken ontwikkelingsvoorsprong
- ongewone alertheid
- cognitief sterk
- grote woordenschat en complexe zinsopbouw voor de leeftijd
- sterke fantasie
- grote creativiteit
- sociaal-emotioneel en motorisch voor in ontwikkeling
- ander gedrag op de opvang vergeleken met thuis
Zo herken je het
Maar hoe weet je wanneer een kind hoogbegaafd is? Lilian schreef het boek Bijdehante baby’s en pittige peuters, met daarin een lijst voor het herkennen van een ontwikkelingsvoorsprong bij baby’s en peuters. Lilian: ‘Deze lijst heb ik gebaseerd op de lijst die het consultatiebureau gebruikt om de ontwikkeling van kinderen te monitoren. Aan de hand van die lijst kun je zien of een kind zich veel sneller ontwikkelt in bepaalde ontwikkelingsgebieden dan leeftijdgenoten gemiddeld doen. Hoogbegaafdheid is zoveel meer dan een hoge (cognitieve) intelligentie. Denk bijvoorbeeld aan ongewone alertheid op zeer jonge leeftijd, of een grote woordenschat en complexe zinsopbouw die niet passend is bij de leeftijd, sterke fantasie en hoge creativiteit, maar ook kunnen deze kinderen op sociaal-emotioneel gebied hun leeftijdgenoten ver vooruit zijn.
‘Met gebarentaal pik je baby’s eruit die al ver vooruit zijn in hun ontwikkeling’
Het bijzondere is dat die ontwikkelingsvoorsprong al te herkennen is bij baby’s. Bij jonge baby’s zie je begaafdheid nog niet in taal, maar in gedrag. Met gebarentaal pik je kinderen eruit die al ver vooruit zijn in hun ontwikkeling. Zo kan een kind van 2,5 à 3 maanden oud al terug communiceren. Hoogbegaafde baby’s en dreumesen tonen ook een motorieke ontwikkelingsvoorsprong: zij willen al vroeg zitten en staan. Met 2 maanden kunnen deze baby’s de strekkende beweging maken van het willen staan. Als je dit kind op schoot zet, is het onrustig en wil continu van zitten naar staan bewegen. Soms zie je ook dat deze kinderen met 5 of 6 maanden al kunnen staan, terwijl dat gemiddeld pas met 9 tot 12 maanden lukt.’
Ander gedrag dan thuis
Een belangrijk signaal dat een kind hoogbegaafd kan zijn is wanneer er sprake is van discrepantie tussen wat de kinderopvangprofessional ziet en wat ouders zien, ofwel: wanneer het kind ander gedrag vertoont in de kinderopvang dan thuis. ‘Wanneer je bijvoorbeeld ziet dat een kind heel stil is in de kinderopvang, maar thuis een grote woordenschat laat zien en goede zinnen maakt. Dan moet je in actie komen, stelt Lilian. ‘Wanneer een kind moeilijk aansluiting vindt met andere kinderen en vaak alleen speelt, hoor het spel dan eens uit. Misschien merk je op dat dit kind juist een heel sociaalvaardig spel aan het spelen is, of een heel analytisch spel. Spel dat misschien niet past bij het gemiddelde spelniveau van die leeftijd. Een kind van 2 jaar oud kan denken en functioneren als een kind van 4 jaar. Als dit kind in een groep zit met 2- tot 3-jarigen kan het zich heel alleen gaan voelen.’
Tips
Lilian heeft inmiddels al heel veel (professionele) opvoeders mogen opleiden en begeleiden. De belangrijkste tip die Lilian kan geven wanneer je als professional vermoedt dat een kind hoogbegaafd is, is praten met ouders. ‘Vraag aan de ouder wat het kind thuis graag doet. Wat vindt het kind leuk? Waar speelt het graag mee? Kijk of je dat ook kan aanbieden op de groep. Als het mogelijk is, zou het waardevol zijn om een uitdagingsgroep te starten op het kinderdagverblijf en daar af en toe mee op pad te gaan. Daarmee bied je een sociale context waarin het kind met ontwikkelingsgelijken kan zijn. Die sociale context kan je ook bieden door eens samen met het kind naar buiten te gaan, wanneer de kleinsten bijvoorbeeld slapen.
‘Wees niet bang dat je misschien niet alle antwoorden hebt op de vragen die het kind kan stellen’
Volg het kind, stel verdiepende vragen over wat jullie buiten zien. Wees niet bang dat je misschien niet alle antwoorden hebt op de vragen die het kind kan stellen, maar weet dat je als volwassene de meeste vragen wel kunt beantwoorden. En als je het niet weet, kun je voorstellen om dat op te zoeken. Of aan een collega te vragen, die bijvoorbeeld veel onder dat onderwerp weet. Je kan het niet fout doen, wanneer je het kind echt ziet. Deze kinderen brengen zoveel moois in de wereld en zullen zich pas echt openstellen wanneer jij hen vertrouwen en waardering geeft.’
Auteur: Frida Noordzij
Datum: 25 augustus 2026
