Kinderopvang School uit de Toekomst biedt veiligheid en autonomie. Het kind wordt niet beperkt of begrensd door een ‘Nee’, en ‘Nee dat mag niet’. Elk Nee roept weerstand op en is een afwijzing en schaadt het kind.
Dit is de hoofdreden dat moeilijke kinderen of zelfs onhandelbare kinderen bij ons in een week of 2 dit gedrag verliezen. Ze hoeven zich bij ons tegen niets meer te verzetten.
Lees hier het artikel: De pedagogische visie van… Erik Erikson – Kinderopvangtotaal
De pedagogische visie van… Erik Erikson
Erik Erikson is niet zo bekend als Pikler of Reggio. Maar zijn 4 fasen in de psychosociale ontwikkeling van een kind zijn wel nuttig om te herkennen. Hoe kinderen deze fasen doorlopen, bepaalt hun latere welzijn, zelfvertrouwen en sociale vaardigheden. En jij kunt ze daarbij helpen.
Volgens de theorie van Erikson gaat de psychosociale ontwikkeling van een kind in opeenvolgende fasen. Hij onderscheidde 8 fasen, waarvan er 4 tussen de 0 en 12 jaar plaatsvinden. Als pedagogisch professional heb je invloed op wat kinderen leren in de verschillende fasen. Eriksons visie biedt handvatten om te begrijpen waar een kind behoefte aan heeft, en hoe je daar als professional sensitief en ondersteunend op kunt inspelen.
Acht levensfasen
Alle 8 fasen van ontwikkeling kennen volgens Erikson een innerlijke strijd tussen twee tegenovergestelde krachten. Bijvoorbeeld vertrouwen versus wantrouwen of autonomie versus schaamte. Dit conflict is normaal en hoort bij de groei. Het gaat erom hoe iemand deze spanning beleeft en ermee omgaat. Het succesvol oplossen van zo’n conflict vormt de basis voor de volgende fase. Daarom zijn deze conflicten geen probleem, maar juist belangrijke leermomenten in de ontwikkeling van een gezond en veerkrachtig zelfbeeld.
Fase 1: Vertrouwen versus wantrouwen (0-1,5 jaar)
In deze fase ontwikkelt het kind een fundamenteel gevoel van veiligheid. Als de verzorgers betrouwbaar, liefdevol en consequent zijn, leert het kind dat de wereld een veilige plek is. Gebeurt dit niet, dan kan het kind een basiswantrouwen ontwikkelen.
Fase 2: Autonomie versus schaamte en twijfel (1,5-3 jaar)
Peuters ontdekken hun eigen wil. Ze willen dingen zélf doen en ervaren wat wel en niet mag. Wanneer ze daarin ondersteund en aangemoedigd worden, ontwikkelen ze een gevoel van autonomie. Worden ze te veel begrensd of bekritiseerd, dan kunnen schaamte en twijfel de overhand krijgen.
Fase 3: Initiatief versus schuldgevoel (3-6 jaar)
Kinderen gaan experimenteren, initiatief nemen en plannen maken. Ze willen de wereld actief ontdekken. Als ze daarin gesteund worden, ontwikkelen ze ondernemingszin. Krijgen ze steeds te horen dat iets ‘niet mag’ of ‘verkeerd’ is, dan kunnen ze zich schuldig gaan voelen over hun drang tot initiatief.
Fase 4: Trots versus minderwaardigheid (6-12 jaar)
In deze fase ontwikkelen kinderen een gevoel van competentie. Ze leren vaardigheden, krijgen opdrachten op school, en worden zich bewust van hun prestaties in vergelijking met anderen. Wanneer ze aangemoedigd en gewaardeerd worden in hun inspanningen, ontwikkelen ze een gevoel van trots op wat ze kunnen. Aan de andere kant: als ze vooral worden gecorrigeerd, afgewezen of vergeleken op een negatieve manier, kunnen ze het gevoel krijgen dat ze ‘niet goed genoeg’ zijn. Een gevoel van minderwaardigheid dus.
Gedrag beter begrijpen
Door met de bril van Erikson naar kinderen te kijken, leer je hun gedrag beter begrijpen. Een baby die veel huilt, heeft misschien nog onvoldoende basisvertrouwen opgebouwd. Een peuter die overal ‘nee’ op zegt, is bezig met het ontwikkelen van autonomie. Een kleuter die fantasievol speelt en veel vragen stelt, oefent met initiatief nemen.
‘Een peuter die overal ‘nee’ op zegt, is bezig met het ontwikkelen van autonomie’
Door als pedagogisch professional sensitief te zijn voor deze ontwikkeltaken, kun je beter aansluiten bij wat een kind nodig heeft. Dat betekent bijvoorbeeld dat je een baby veel huid-op-huidcontact en voorspelbaarheid biedt, een peuter ruimte geeft om dingen zelf te doen, en een kleuter aanmoedigt in zijn spel en fantasie.
Het belang van veilige relaties
Volgens Erikson is de vroege band met verzorgers cruciaal. Een kind leert vertrouwen wanneer het merkt dat zijn signalen worden opgemerkt en serieus genomen. Voor pedagogisch professionals betekent dit: responsief zijn. Reageer op het huilen, lachen, wijzen of brabbelen van een baby. Geef troost, aandacht en nabijheid. Ook bij oudere kinderen is een veilige relatie de basis voor verdere ontwikkeling. Wanneer kinderen zich veilig voelen bij de volwassene, durven ze nieuwe dingen te proberen, fouten te maken en vragen te stellen. Ze voelen zich gezien en gewaardeerd.
De balans tussen vrijheid en grenzen
Een centraal thema in Eriksons visie is het vinden van balans: tussen vrijheid en structuur, tussen begeleiden en loslaten. Peuters en kleuters willen veel zelf doen, maar hebben ook behoefte aan duidelijke kaders. Als pedagogisch professional is het jouw taak om kinderen ruimte te geven om te ontdekken en proberen, terwijl je ook grenzen stelt waar nodig.
‘Autonomie betekent niet: alles mag’
Autonomie betekent niet: alles mag. Het betekent: ik mag oefenen, ik mag proberen, en als het niet lukt of niet mag, word ik niet beschaamd, maar begeleid. Zo groeit een kind in zelfvertrouwen en leert het omgaan met de sociale wereld.
Moedig spel aan
In de derde fase van Eriksons model, initiatief versus schuld, speelt spel een grote rol. Via spel nemen kinderen initiatief, verkennen ze rollen, oefenen ze sociale situaties en geven ze uitdrukking aan hun innerlijke wereld. Denk aan fantasiespel, rollenspel en samenspel. Faciliteer dit spel en moedig het aan. Dat doe je door materialen aan te bieden die uitnodigen tot verbeelding, door zelf af en toe mee te spelen en door vragen te stellen die het spel verdiepen. Maar vooral: door ruimte te geven aan het spel, zonder het te sturen.
Wie was Erik Erikson?
Erik Erikson (1902-1994) was een Duits-Amerikaanse psycholoog en psychoanalyticus. Hij werd geboren in Duitsland, maar emigreerde in de jaren dertig naar de Verenigde Staten vanwege de opkomst van het nazisme. Erikson raakte via zijn werk als docent op een progressieve school betrokken bij de psychoanalyse. Hij volgde een opleiding bij Anna Freud, dochter van Sigmund Freud, en ontwikkelde zijn eigen visie op ontwikkeling. Hierin legde hij nadruk op de sociale en culturele invloeden op de menselijke groei. Erikson zag ontwikkeling als een levenslang proces waarin de mens telkens voor nieuwe uitdagingen komt te staan die vragen om groei, aanpassing en persoonlijke integratie.
Passend begeleiden
De visie van Erik Erikson herinnert je eraan dat elke ontwikkelingsfase unieke uitdagingen en kansen biedt. Als pedagogisch professional kun je veel betekenen voor kinderen door deze fasen te herkennen en ze passend te begeleiden. Door te werken aan vertrouwen, autonomie en initiatief leg je een sterke basis voor de verdere ontwikkeling van het kind. Het gaat niet om presteren of resultaten, maar om groeien in verbinding met jezelf en de ander. Een kind dat zich gezien, begrepen en gesteund voelt, ontwikkelt zich tot een veerkrachtig mens met vertrouwen in zichzelf en de wereld.
Erikson toepassen in 6 stappen
1. Bouw aan vertrouwen
Zorg voor een warme, voorspelbare benadering. Maak oogcontact en gebruik een rustige stem. Wees consequent in je reacties.
2. Stimuleer autonomie
Laat peuters zelf kiezen tussen twee activiteiten. Wees geduldig als iets (nog) niet lukt.
3. Moedig initiatief aan
Geef kinderen ruimte om plannen te maken, iets te bouwen of een spel te starten. Vraag bijvoorbeeld: ‘Wat wil je vandaag maken of doen?’
4. Geef veilige kaders
Stel duidelijke maar begrijpelijke grenzen. Leg uit waarom iets niet mag en wat wél kan. Dit geeft veiligheid en structuur.
5. Neem emoties serieus
Laat kinderen merken dat hun gevoelens er mogen zijn. Benoem emoties en help ze verwoorden: ‘Je bent boos omdat het spel afgelopen is, klopt dat?’
6. Observeer met aandacht
Kijk goed naar het gedrag van kinderen. Wat proberen ze je te vertellen? Welke ontwikkeltaak zijn ze aan het oefenen?
