Onze kinderopvang brengt alles in praktijk wat pedagoog Micha de Winter voorstelt….wij zijn een kinderopvang uit de toekomst.
bron: kinderopvangtotaal.nl
Carolien Stam
8 februari 2026
“It takes a village tot raise a child” is al 30 jaar het betoog van pedagoog Micha de Winter – emeritus hoogleraar. Kinderopvang moet er voor kinderen én ouders zijn, om kinderen in een democratische leefomgeving een eigen stem te geven. Een gesprek over de kwaliteit van opvoeding voor een rechtvaardige samenleving. ‘De kinderopvang heeft zich te eenzijdig ontwikkeld als een instelling die zich richt op de ontwikkeling van kinderen.’
ANP/ Photographer Maartje Geels
Vraag aan Micha de Winter wat het belang van kinderopvang voor kinderen is en je krijgt meteen een correctie: ‘Ik zeg al jarenlang dat kinderopvang belangrijk is voor kinderen, ouders én samenleving.’ Het probleem is, zegt de emeritus hoogleraar pedagogiek, ‘dat er in de kinderopvang te eenzijdig aan het belang van de kinderen wordt gedacht. Het gaat ook om de ondersteuning van de ouders. Zij zijn niet de consumenten die diensten afnemen, maar de mede-opvoeders met wie de professionals samenwerken om kinderen op te voeden tot vrije en democratische burgers.’
Dat is een ambitieuze ideologie. Hoe is het gesteld met de inbreng van de pedagogie in de kinderopvang?
‘De kinderopvang heeft zich, vind ik, ten onrechte ontwikkeld als een instelling die vooral de ontwikkeling van kinderen helpt bevorderen. Dat is goed, maar het is de helft van het verhaal. De kinderopvang zou ook de plek moeten zijn waar ouders elkaar ontmoeten, en hun gedachten over ouderschap en problemen kunnen uitwisselen. De plek waar professionals samenwerken met ouders, met mensen uit het basisonderwijs en met het jeugdwerk.
Ik denk dat kinderopvang een bijdrage zou moeten leveren aan – wat wordt genoemd – de pedagogische basis. Wat inhoudt dat de samenleving een gemeenschappelijke taak heeft in de opvoeding; namelijk het doorgeven van vrijheid, democratische waarden, empathie, diversiteit. Dat gaat verder dan de huidige taakopvatting van de kinderopvang om hun klanten van dienst te zijn.’
Wat kan de kinderopvang doen aan het versterken van democratische waarden?
‘Heel veel. Door met kinderen en ouders samen te werken. Ik geef een voorbeeld uit Engeland. Daar werken kindercentra met de Mozaïek-methode, bedoeld te werken aan actieve, nieuwsgierige en democratische kinderen. Door te werken aan empathie en participatie. De kinderen leren dat ze een bijdrage kunnen leveren aan hun leefomgeving.
Wij zijn hier in Nederland heel erg gericht op de veiligheid in de kinderopvang. Sommige ouders willen zelfs vanachter hun bureau, met een camera op het kind in de opvang, alles in de gaten houden. Dat heeft geleid tot allerlei regels, maar ook beperkingen. Namelijk het verlies van verkenningsmogelijkheden voor kinderen. Zij hebben juist de vrijheid nodig om de hoeken en gaten te verkennen. Die vrijheid is een democratisch instrument, omdat het kind leert om met hulp van andere kinderen om te gaan met zijn omgeving. Dit genre van pedagogisch handelen is wat mij betreft ondergesneeuwd in de kinderopvang. Wij leren het kind vrijheden door het kind de vrijheid te onthouden.
En ook hier is de inbreng van ouders weer onlosmakelijk verbonden met democratische waarden. Ouders bespreken met de professionals hoe zij de kinderopvang willen inrichten. Dat gaat niet alleen over de pindakaas die glutenvrij moet zijn. Maar over verantwoordelijkheid dragen voor de waarden die kinderen meenemen in het leven.’
‘Ouders zijn te druk met werken? Kletskoek. Die reactie hoor je meestal. De structuur die we nu hebben opgezet staat haaks op wat nodig is voor ouders en kinderen. Ouders brengen hun kind naar de opvang om te kunnen werken. Zij zijn consument. Maar belangrijk is dat ouders elkaar kunnen steunen in de opvoeding en dat ze betrokken zijn met de waarden die kinderen meekrijgen, ook in de kinderopvang.’
U zegt: ‘Opvoeding is op dit moment een individueel project, een soort gedragstherapie’. Niet goed?
‘Een verschijnsel dat samenhangt met de individualisering van de samenleving, begonnen in de jaren ’80. De idee was toen dat uitsluitend ouders verantwoordelijk zijn voor de opvoeding. Dat idee heerst nog steeds. Als kinderen bijvoorbeeld iets crimineels doen is de eerste vraag: waar zijn de ouders in dit probleem? Uit onderzoek blijkt dat de invloed van ouders op het gedrag van kinderen tamelijk beperkt is. Wat wel belangrijk is, dat is de invloed van de leefomgeving en de mensen die daarin een rol spelen. “It takes a village to raise a child”. Dat zeg ik al 30 jaar’, grinnikt De Winter.
“It takes a village…” wordt nu weer omarmd door veel professionals. Gaat het de goede kant op?
‘Niet genoeg. We kennen in onze huidige samenleving niet meer dat kleine dorpje, waar iedereen met elkaar betrokken is. Er is wel meer besef dat mensen in de omgeving van een kind zich bekommeren om elkaar. En dat kinderen leren omgaan met mensen die anders zijn dan jij zelf. Er wordt nagedacht hoe je invulling kunt geven aan de Village to raise a child. Maar we vinden nog steeds dat opvoeding een taak is van ouders alleen.
Kinderopvang, basisscholen en het jeugdwerk werken steeds meer samen, dat is winst. Maar het is ook een beetje een hink-stap-sprong. Samenwerking wordt vaak ook weer belemmerd door vergaderingen, alle verschillende regeltjes en financiering.’
U kiest voor de “samenlevingspedagogie”. Waarom?
‘Daar is een historische verklaring voor nodig. Tot het midden van de vorige eeuw waren pedagogen overwegend normatief. Van communisme tot katholicisme, de opvoeding was ervoor om het kind in het juiste spoor te krijgen. Kinderen mochten geen eigen oordeel hebben. Daar kwam in de jaren ’80 en ’90 een tegenreactie op: pedagogen gingen “verwetenschappelijken”. Effectiviteit in de pedagogie was belangrijk en werd onderbouwd door onderzoek. Er werd gewerkt aan verrijkingsprogramma’s voor kinderen en gemeten wat dat opleverde. Elke vorm van moraliteit was weg. In welke richting het kind werd gestimuleerd was aan de ouders. Het gevolg daarvan is dat kinderen zelf niks te vertellen hebben en niet leren zelf na te denken. En juist dat staat op gespannen voet met democratische waarden.
Om die reden verwerp ik het moralistisch én het empirisch denken van vroeger. Het zijn de democratische waarden die in de opvoeding van kinderen van belang zijn. Het aanleren van handelingsvermogen noem ik dat. Dat is de kern van de samenlevingspedagogie.’
Welke rol heeft de pedagogisch professional daarin?
‘Kinderen leren dat ze een subject zijn met een stem en een eigen inbreng in hun omgeving. Pp’ers moeten zich realiseren dat pedagogisch handelen niet alleen gaat over het monitoren van mogelijkheden en beperkingen van kinderen. Het gaat ook om het bevorderen van empathie en handelingsvermogen, om jonge kinderen een stem te geven, te leren participeren en te leren omgaan met diversiteit.
Professionals moeten zich ervan bewust zijn dat zij deel uitmaken van een gemeenschap: het sociale netwerk. Dat betekent dus ook dat zij ouders veel meer betrekken bij de gang van zaken op de kinderopvang. Bestuur en professionals moeten de omslag maken van ouders als consument naar ouders als mede-opvoeders.
En tot slot: kinderopvang maakt onderdeel uit van de buurten en wijken waar de pedagogische basis versterkt moet worden. Dat moet je je realiseren en dat vraagt ook meer opleiding. Ik denk dat pp’ers zich echt meer moeten richten op de sociale kant van opvoeding van kinderen. En die opvoedingsstijl samen oppakken met de leefomgeving van de kinderen. We praten nog steeds over “mijn kind”, en niet over “onze kinderen”, over het collectieve welbevinden van de kinderen. Ik denk dat de kinderopvang zich meer op haar pedagogische rol in de samenleving zou moeten richten. Naar mijn smaak is de focus te eenzijdig komen te liggen op de individuele dienstverlening. Als je wil dat het goed gaat met de kinderen in de samenleving, dan moeten opvangorganisaties zich samen met ouders afvragen: “Welke opvoeding willen we onze kinderen hier met elkaar geven?”. ‘

