Mannen zijn onmisbaar voor de ontwikkeling, juist van het jonge kind – Kinderopvangtotaal

‘Voor alle kinderen is het belangrijk dat ze positieve mannelijke rolmodellen hebben. Voor jongens specifiek geldt dat het ontbreken hiervan aantoonbare schadelijke effecten heeft: er is een grotere kans op fysiek en seksueel misbruik bij die jongens, ze zijn later sociaaleconomisch kansarmer, hebben vaker gezondheidsproblemen, vertonen meer gedragsproblemen, een hogere kans op schooluitval, komen vaker in aanraking met politie en justitie.’

Lees hier het artikel: Mannen zijn onmisbaar voor de ontwikkeling, juist van het jonge kind
Bron: kinderopvangtotaal.nl

‘Mannen zijn onmisbaar voor de ontwikkeling, juist van het jonge kind’

Veilige relaties opbouwen: dat beschouwen we als de basis van jonge kinderen in de kinderopvang. Dat mannen daarin van belang zijn is aangetoond in diverse onderzoeken. Helaas zijn de mannen die in de opvang werken sterk ondervertegenwoordigd. En dat is heel zorgwekkend, zegt René van Engelen, expert op het gebied van jongens-ontwikkeling. Hoe betrekken we ze meer bij de kinderopvang?

Zo’n 6 procent van de pp’ers is man, op de groepen met kinderen is het aantal bedroevend lager. We spraken met René van Engelen, schrijver van het boek De Jongenscode en adviseur in het onderwijs en de kinderopvang bij Bazalt Groep, over het belang van opvoedingstaken voor mannen en de invloed van rolmodellen in de kinderopvang.
‘Voor alle kinderen is het belangrijk dat ze positieve mannelijke rolmodellen hebben. Voor jongens specifiek geldt dat het ontbreken hiervan aantoonbare schadelijke effecten heeft: er is een grotere kans op fysiek en seksueel misbruik bij die jongens, ze zijn later sociaaleconomisch kansarmer, hebben vaker gezondheidsproblemen, vertonen meer gedragsproblemen, een hogere kans op schooluitval, komen vaker in aanraking met politie en justitie.’

In 2025 werden er in de kamer nog vragen gesteld aan voormalig staatssecretaris Nobel over het lage aantal mannen in de kinderopvang. Nobel zei toen: ‘Het is deels te wijten aan de heersende maatschappelijke norm dat een verzorgend beroep vooral iets voor vrouwen zou zijn. Door deze norm, maar ook de oververtegenwoordiging van vrouwen, kunnen mannen het werken in de kinderopvang als minder aantrekkelijk ervaren. Ook komt dit voort uit voorkeuren van ouders, die uit diezelfde maatschappelijke norm volgen, maar ook uit zedenzaken uit het verleden… Ik moedig kinderopvangorganisaties aan om achter hun mannelijke medewerkers te (blijven) staan en hun waardering uit te spreken.’

Ontwikkelingsproblemen bij jongens
René trekt een parallel tussen hechtingsproblemen van jongens en een tekort aan mannelijke rolmodellen in hun jonge jaren: ‘We zien in de maatschappij nu veel ontwikkelingsproblemen met jonge jongens, denk aan het Andrew Tate-effect (het verheerlijken van rijkdom, dominantie en traditionele man-vrouwrollen, red). Dit is te relateren aan een verstoorde hechting in het jonge leven van jongens. Het opbouwen van zelfvertrouwen doen jongens met behulp van betrouwbare rolmodellen, hebben ze een tekort aan zelfvertrouwen, dan zijn ze op zoek naar identiteit en trots sneller beïnvloedbaar voor radicale ideeën.

Dat jongens en meisjes in hun jonge leven anders ontwikkelen, dat is een zekerheid. René verklaart dit: ‘Jongens zijn in de aard anders, dat is bewezen. Dat moet je niet chargeren: de jongen en de meid bestaan niet. Iedereen heeft een eigen patroon, elk meisje heeft haar eigen gebruiksaanwijzing en elke jongen ook aan meer mannelijke of vrouwelijke kenmerken. Maar uiteindelijk zijn jongens en meisjes meiden zijn wel degelijk verschillend.

Over het algemeen zijn mannen in de opvoedrol meer van ruw spel en gaan ze anders om met druk gedrag van jongens. Ze bieden jongens meer ruimte om te stoeien, druk te zijn en dus op hun eigen manier te communiceren. Vrouwen herkennen het drukke, explorerende en soms luie jongensgedrag niet altijd als normaal gedrag en reageren er anders op. Dit is logisch, mannen kunnen zich er door hun aard ook beter in verplaatsen.’

Slechtere relaties met volwassenen
René geeft aan dat zowel voor jongens als meisjes mannelijke rolmodellen al vroeg in de ontwikkeling belangrijk zijn: ‘Als kinderen van jongs af aan merken dat hun gedrag niet oké is, dan bouwen ze slechtere relaties op met volwassenen. En daar hebben ze de rest van hun leven last van. Niet elk kind heeft thuis een gezond, mannelijk voorbeeld. We weten dat daardoor juist de hechtingsrelaties en veiligheid in de opvang en in het onderwijs van wezenlijk belang zijn.’

Meer mannen betekent meer risicovol spel
Dat risicovol spel tegenwoordig een minder grote rol speelt in de opvoeding, is volgens René voor alle kinderen een probleem. ‘Er is een bepaalde mate van risico nodig om dingen te leren. Mannen laten dat over het algemeen meer toe. Door vallen en opstaan leer je met je lichaam omgaan, je wordt er creatiever van, het heeft allerlei ontwikkelingsvoordelen. Maar door de mannen te weren uit de kinderopvang – wat minder ruimte oplevert voor risicovol spel, druk gedrag en stoeien – krijg je allemaal ontwikkelingsproblemen. 

Jongens leren door te doen en te ervaren, en moeten daarvoor ook ruimte krijgen. Let wel: dat is niet alleen een verantwoordelijkheid voor het onderwijs en de kinderopvang, maar ook voor de huidige generatie van de ouders – waarvan een behoorlijk deel curling ouders zijn die alle risico’s bij hun kinderen willen weghouden.’

Andere taal en manier van communicatie
René benadrukt dat de verschillen tussen mannen en vrouwen, en dus jongens en meiden, niet alleen in het drukke gedrag zit, maar ook in de manieren van communicatie. ‘Taal en communicatie is steeds belangrijker in de maatschappij, pedagogisch professionals kunnen daar prima mee uit de voeten, terwijl jongens toch vaker een motorisch, ruimtelijk en visueel brein hebben. Meiden ontwikkelen eerder communicatieve vaardigheden, het ontwikkeltempo van jongens is trager, ze ontwikkelen ook anders. Jongens communiceren veel meer fysiek: stoeien is belangrijk als communicatiemiddel. Dat moet ook geaccepteerd worden in de kinderopvanggroepen, daar zijn mannen ook van belang voor.

Maar denk hierbij ook aan humor. Grappen maken is voor jongens heel belangrijk en hun manier om dingen te vertellen. Ook het corrigeren van kinderen gaat met humor makkelijker en beter. Op de standaard pies- poep- en piemelgrappen, reageren mannen anders dan de meeste vrouwen.’

Grenzen aangeven
In het aangeven van grenzen communiceren mannen ook anders, zegt René. ‘Mannen praten wat sneller in de gebiedende wijs. Als je tegen een jongen zegt; “Wil je gaan zitten?” dan stel je een vraag die uitdaagt tot competitie, daar gaan veel jongens gelijk op in. “Ga even zitten,” werkt bij veel jongens beter. Duidelijkheid in aanspreken en aangeven wat er anders kan, dat hebben kinderen ook nodig. Het overlegmodel heeft natuurlijk een doel, maar juist de balans is van belang.’

Meer diversiteit in de teams
Niet alleen voor de kinderen heeft het voordelen om meer mannen in de professionele opvoeding te zien. Ook voor de teams is diversiteit van collega’s van grote meerwaarde geeft René aan: ‘Ik heb zelf ervaren hoe een team snel kan veranderen. Ik werkte eerst als enige man op een school, maar toen ik daar vertrok werkte er 14 mannen en waarvan zelfs twee kleutermeesters op die school. Dit zorgt voor een andere dynamiek in zowel het team als de hele school. Niet om te chargeren, maar er was minder gedoe en gezeur. Mannen kunnen soms wat gemakzuchtig zijn, maar die werden door de vrouwen weer scherp gehouden. Ze kunnen van elkaar leren. Een divers team zorgt ook voor meer mogelijkheden tot identificatie voor de kinderen.’

Stigmatisering van mannen
Dat de recente meldingen van misbruik in de kinderopvang niet bijdragen aan de aantrekkelijkheid van het vak, ziet ook René. ‘Het is belangrijk dat we de mannen die wel in de professionele opvoeding werken, zeker niet wantrouwend gaan bekijken. In het basisonderwijs was ik als man extra alert op ouders die twijfelden over de veiligheid; ik liet de deur open staan, keek of er overal ramen waren.’ Het is natuurlijk niet prettig als ouders je met argusogen bekijken en zelfs aangeven dat ze niet willen dat een man de luier van hun kind verschoont.

In 2025 ging het bericht van Mitchell van de Laar viral op Linkedin; deze vader vond het vreselijk dat de mannelijke pp’ er van zijn zoon stopte in de kinderopvang door vervelende reacties van ouders. Recente misbruikzaken hebben die opinie weer actueel gemaakt. Uit een opiniepeiling van Hart van Nederland bleek laatst dat 25% van de ouders alle mannen uit de sector geweerd willen zien.

Mannen aantrekken voor de kinderopvang
René is er duidelijk in hoe mannen meer aangetrokken kunnen worden tot de kinderopvang: ‘Ga het gesprek aan met mannen, stel de problemen aan de kaak en discussieer binnen je organisatie over het probleem. Zorg voor beleid dat aansluit op mannen en maak echt keuzes die in hun voordeel zijn. Zorg voor de juiste randvoorwaarden: zet in je beleid dat jullie ruimte geven aan risicovol spel, aan stoeien en druk gedrag.

Maak als opvangorganisatie duidelijk: hier staan wij voor. Zorg ervoor dat er meerdere mannen in het team zijn, zodat ze ook met elkaar kunnen sparren en jullie kunnen discussiëren over de opvoedrollen. En tot slot: betrek ouders er ook bij, geef aan: “Dit is wat wij doen en waarom het belangrijk is dat er wél mannen zijn in onze organisatie. Ook bij jonge kinderen.’

In het boek van René van Engelen De Jongenscode is meer te lezen over de bronnen bij dit verhaal. Van het boek is recent een derde druk verschenen bij Uitgeverij Pica.