De ongelukkige klas begint thuis | Trouw

‘De cijfers zijn niet te negeren. Eén op de zeven jongeren onder de achttien ontvangt jeugdhulp. Verzuimcijfers zijn in vijf jaar verviervoudigd. Gemeenten waren in 2023 ruim zeven miljard euro kwijt aan jeugdzorg.
Conrector Willem Jan van Klinken beschrijft dit in Tijdgeest (11 april) met schrijnende precisie: er zit een ongelukkige klas voor hem. En hij vraagt, terecht: wat te doen? Ik stel die vraag met hem.

Zijn antwoorden – wetgeving over smartphones, school als zingevingsplek, kinderen leren vallen en opstaan – zijn herkenbaar. Maar ze missen iets fundamenteels. Van Klinken constateert dat ouders woordvoerders zijn geworden van hun kinderen: ze klimmen in de mail bij een onvoldoende, zien regen als reden voor een autorit naar school, vechten WhatsApp-conflicten uit namens hun kind. Dat klopt. Maar de vraag die hij niet stelt, is de meest cruciale: waarom?’

Lees mijn hele opinie – in de krant van 14 april – via de afbeelding bij deze post of deze link: https://www.trouw.nl/…/opinie-de-ongelukkige-klas/

De opinie werd mede geïnspireerd door ‘Tussen leiden en loslaten. Waarom pubers opvoeden over jezelf gaat’ dat ik schreef met Miloe van Beek – Auteur en schrijfcoach en verscheen bij Uitgeverij Boekerij.

Lees hier het artikel: Opinie: De ongelukkige klas begint thuis | Trouw

Bron: trouw.nl

Opinie: Geestelijke gezondheid
13 april 2026

Trouw Opinie: De ongelukkige klas begint thuis

Het helpt bij de opvoeding als ouders hun eigen jeugd tegen het licht houden, schrijft Jakob van Wielink.

De cijfers zijn niet te negeren. Een op de zeven jongeren onder de achttien ontvangt jeugdhulp. Verzuimcijfers zijn in vijf jaar verviervoudigd. Gemeenten waren in 2023 ruim zeven miljard euro kwijt aan jeugdzorg. Conrector Willem Jan van Klinken beschrijft dit met schrijnende precisie (Tijdgeest, 11 april): er zit een ongelukkige klas voor hem. En hij vraagt, terecht: wat te doen? Ik stel die vraag met hem.
Zijn antwoorden – wetgeving over smartphones, school als zingevingsplek, kinderen leren vallen en opstaan – zijn herkenbaar. Maar ze missen iets fundamenteels. Van Klinken constateert dat ouders woordvoerders zijn geworden van hun kinderen: ze mailen bij een onvoldoende, zien regen als reden voor een autorit naar school, vechten WhatsApp-conflicten uit namens hun kind. Dat klopt. Maar de vraag die hij niet stelt, is de meest cruciale: waarom?

Verhalen over thuis

In mijn werk met leiders hoor ik veel verhalen over thuis. Zo vertelde Sandra me over haar dertienjarige dochter Nadia, die huilend thuiskwam vanwege een ruzie met haar beste vriendin. Sandra kwam direct in actie: “Niet huilen lieverd, ik bel Pips moeder wel even”. Nadia reageerde geïrriteerd en griste de telefoon uit haar handen. Die nacht lag Sandra wakker. Tijdens onze gesprekken beseft ze dat Nadia’s verdriet raakte aan een oude wond van haarzelf: als tiener verbrak haar beste vriendin ineens een vriendschap en haar eigen moeder noemde haar verdriet overdreven en kinderachtig. Zonder dat ze het doorhad, probeerde Sandra bij haar dochter goed te maken wat haar zelf was aangedaan. Redden voelde als liefde, maar het was in essentie een manier om haar eigen pijn te sussen.
Sandra’s situatie is geen uitzondering. De vader die bij iedere onvoldoende de school belt, heeft misschien zelf een jeugd gehad waarin hij pas meetelde als hij presteerde. De moeder die haar dochters eenzaamheid niet kan verdragen, herkent er haar eigen pijn in die nooit ruimte kreeg. Die angst heeft een herkomst. En hij leeft door – in ingrijpen, regelen, woordvoeren – tenzij iemand zich afvraagt waar hij vandaan komt.
Hier wordt het ongemakkelijk. Want als de geestelijke gezondheid van tieners werkelijk verbeterd moet worden, vraagt dat iets van ouders dat verder gaat dan smartphones later geven of minder mails sturen naar de school. Het vraagt terugkijken naar de eigen adolescentie en zie hoe deze hen gevormd heeft in het ouderschap dat ze nu zelf vormgeven. Het vraagt terugkijken naar wat er toen (niet) was: een ouder die luisterde, ruimte voor mislukken, steun zonder oordeel. Naar hoe die leegte vandaag doorwerkt in de manier waarop je je eigen kind wel of niet tegemoet treedt.

Eigen patronen herkennen

Dat is vaak allesbehalve een comfortabele exercitie. Veel ouders constateren liever dat het aan de schermen ligt, of aan de maatschappij, aan school, aan het karakter. Maar de ouders die hun eigen patronen kennen – die begrijpen wanneer bezorgdheid overgaat in controle en betrokkenheid in bemoeizucht – zijn beter in staat om echt aanwezig en nabij te zijn. Zij zijn aanwezig zonder het over te nemen.
De klas begint thuis. Scholen kunnen signaleren, opvangen, begeleiden en ze doen dit met grote toewijding. Wat ze niet kunnen is de leegte vullen die ontstaat als de thuisbasis wankelt.
De vraag is dus niet alleen: hoe krijgen we de jeugd weer veerkrachtig? De vraag is ook: hoe worden wij dat zelf? Het antwoord ligt in een onderzoek naar je eigen puberteit. Wat miste je? Wat droeg je mee? En in hoeverre kleurt dat vandaag de manier waarop je je tiener tegemoetkomt? Die zoektocht is misschien wel het meest concrete wat je kunt bijdragen aan de mentale gezondheid van je kind, en aan meer geluk in de klas.